Nieuws en mededelingen

:: Trainen in Japan19-10-2009

Trainen in Japan! Voor een serieuze beoefenaar van oosterse vechtkunsten toch een droom die uitkomt. Dit jaar kwam deze droom uit voor Wim Schaap, onze Aikido sensei. Het was overigens geen Aikido wat Wim in Japan trainde, maar Daito Ryu Aikijujutsu. Dit is een eeuwenoude vechtstijl van de Japanse samoerai, waar uit het moderne Aikido is ontwikkeld. Dus terug naar de wortels van het Aikido. Overigens heeft ook de stichter van het Kyokushin karate, Masutatsu Oyama ooit Daito Ryu getraind bij ene Kotaro Yoshida. Wim traint het Daito Ryu hier in Nederland al enkele jaren bij Rob Breedveld (de enige leraar in Europa met een officiële leraarlicentie Daito Ryu) en is ook altijd van de partij als de Japanse leraar Katsuyuki Kondo in Europa stages verzorgt. Elk jaar in augustus organiseert Kondo sensei een inter-nationale zomerschool Daito Ryu Aikijujutsu. Locatie: Nippon Budokan, Katsuura City.

Na een vliegreis van zo’n 12 uur en een treinreis vanuit Narita van nog eens 2,5 uur arriveren we (Rob, Edwin, Niels en ik)  op zondagmiddag rond een uur of vijf in Katsuura. Het weerzien met Kondo sensei en de anderen is hartelijk en na het afwikkelen van de nodige formaliteiten zoeken we onze kamer op om ons een beetje te installeren. We slapen met z’n zessen op een kamer. Onze vrienden (hoewel we nog eens goed moeten nadenken of deze term wel op ze van toepassing is) uit Malta, Jason en Roderick zijn ook bij ons op de kamer ingedeeld. Thuis heb ik een vermogen geïnvesteerd in een goed en lekker bed. Ik vrees dan ook het ergste als ik zie waarop ik moet slapen. Een futon van nog geen twee cm dik en een kussen met iets van kersenpitten erin! Dat belooft niet veel goeds. Gelukkig beschikt de kamer wel over airco. Er moet wel een muntje van 100 yen in om hem vier uur te laten draaien. Rob is zo blij met de airco dat hij zich spontaan als vrijwilliger meldt om de airco ’s nachts bij te vullen. De Nippon Budokan is een complex met verschillende grote dojo, een gebouw van drie verdiepingen met slaapkamers, een eetzaal, recreatieruimte en een onsen (een heet bad). Naast de Daitogroep komen er in de loop van de week nog grote groepen kendoka, karateka en voornamelijk vrouwen die naginata do beoefenen het centrum bezoeken.

Om acht uur ’s avonds is er meeting. De deelnemers aan de training stellen zich aan elkaar voor. Het is een internationaal gezelschap met bekende en onbekende mensen. Uiteraard de nodige Japanners van uit de verschillende Japanse branche dojo van Kondo sensei. De Italianen uit Milaan en Modena zijn er. En verder mensen uit Amerika, Australië, Hongkong, Canada, Rusland, Polen enz. Kondo vertelt het een en ander over de komende trainingsweek en de dagindeling. Om een uur of tien besluiten we naar bed te gaan. We hebben een lange dag achter de rug en morgenochtend loopt om kwart over vijf de wekker af voor de eerste ochtendtraining.

Heb ik geslapen? Ik heb het gevoel dat ik de hele nacht wakker heb gelegen. De futon biedt geen enkele ondersteuning, ik had net zo goed direct op de tatami kunnen liggen. In mijn wang staan de afdrukken van de kersenpitten uit het kussen. En de eerste voortekenen van wat een doorwaakte week gaat worden tekenen zich al af. Onze “vrienden” uit Malta blijken behoorlijk te snurken. Zelfs zodanig dat we ze al snel Darth Vaders noemen. Even een mueslireep naar binnen werken om in ieder geval wat energie binnen te hebben. Om tien voor zes staan we in de dojo voor de eerste training. Tja wat valt er over de training te vertellen? Uiteraard de nodige technieken geoefend en veel aanwijzingen gehad. Een aantal momenten gehad waarop ik dacht: “En dit doe ik vrijwillig?” Hardere matten dan wij gewend zijn (maar gelukkig weer niet zo hard als in de eigen dojo van Kondo in Tokio, die volgens Jason gewoon uit groen geverfd hout lijken te bestaan). Zeven uur per dag trainen, bij een temperatuur van rond de 33 graden en een lucht-vochtigheid van 95%. Na twee stappen op de mat ben je al drijfnat. De ochtend-training van de tweede dag heb ik halverwege ineens het gevoel alsof alle energie uit me verdwijnt. Mijn armen worden loodzwaar en ik loop te tollen. Kondo sensei geeft me een zouttabletje en na wat drinken kan ik weer verder. En dan kom je toch in een ritme terecht. Twee uur trainen, ontbijten. Twee uur trainen, lunchen. Drie uur trainen, avondeten. Nooit gedacht dat ik zoute misosoep zo lekker zou vinden als ontbijt! En wat kan je opknappen van zo’n heet bad. In de avond is er weer meeting, waar Kondo aan een aantal cultuurbarbaren uitlegt hoe je andere mensen hoort te begroeten als je ze in het gebouw tegenkomt en de Grieken duidelijk maakt dat het niet de bedoeling is om je zwembroek aan te houden in de onsen. We doen wat spelletjes om het ijs te breken en er ontstaan wat contacten en gesprekken met de Japanse deelnemers.  Vooral Mariko en Yuko, twee Japanse tieners zijn niet van ons en met name van Rob weg te slaan. Ze vinden die gajin maar wat interessant. En het uitwisselen van kleine cadeautjes helpt het ijs verder te breken.

Op woensdagochtend kondigt Kondo aan dat er die middag geen training zal zijn.
In plaats daarvan gaan we naar het strand. Omdat we in onze keikogi moeten aantreden heeft iedereen het donkerbruine vermoeden dat het dan wel een strandtraining zal worden, want Kondo en niet trainen dat gaat niet samen. Als we buiten staan aangetreden, komt de verrassing. Degenen die toch liever gaan trainen mogen weer naar binnen. Een enkeling loopt aarzelend richting dojo. Vervolgens worden degenen die aan het eind van de week een danexamen gaan doen, dringend verzocht weer naar binnen te gaan en te trainen. En aangezien ik opga voor mijn shodan raap ik mijn energie weer bij elkaar en ik loop met nog een 25-tal lotgenoten terug naar de dojo. Die avond is er een grote barbecue en het missen van het strandbezoek is al snel vergeten. Het eten is prima en het is gezellig aan onze tafel. Wel jammer dat mijn Japans beperkt is en het Engels van de Japanners ook, maar de sfeer is er niet minder door.

Vrijdagmiddag is examen middag. Er gaat een tiental mensen op voor shodan en een tiental voor nidan. Japanners en buitenlanders. Ook hier heeft Kondo nog een verrassing in petto. Op dinsdagmiddag was de groep in tweeën gesplitst, examenkandidaten en niet examenkandidaten. De broer van Kondo nam die middag de examenkandidaten voor zijn rekening en hij startte de training met het verzoek om binnen de examengroep een partner te zoeken waarmee je het examen wilde doen. Ik had al een paar maal met een Russische jongen getraind en dat liep lekker. Dat was wederzijds, dus de examenpartner had ik al snel gevonden. Maar Kondo zelf denkt er op vrijdag tijdens het examen anders over. We hebben net samen twee technieken voor gedaan, waarna hij heftig gebarend duidelijk maakt dat het niet in zijn opzet van het examen past als twee examenkandidaten samen het examen doen. Dus ga maar snel een uke zoeken in de andere groep! Daar sta je dan. Gelukkig vind ik Luca uit Italië bereid als mijn uke te fungeren. Nadat het technische deel van het examen is afgerond moet het onderdeel waar ik het meest tegen op heb gezien nog komen. Bij het shodan examen Daito Ryu moet je honderd keer een vrije val maken. Ik kan uiteraard wel vallen, maar houd ik honderd keer vol op die harde matten en met deze temperatuur? Niels gaat mij werpen. Het vallen gaat heel soepel, ik voel de mat nauwelijks. Het na iedere val weer opstaan, dat is het zwaarst. Ik ben dan ook behoorlijk uitgeput halverwege. Maar Niels weet me er goed doorheen te slepen en uiteindelijk klinkt het: “Honderd”! De gehele shodan groep is geslaagd. De nidan groep, die op zaterdagochtend het examen nog moet afronden is minder fortuinlijk. Alleen Niels en Toma (uit Canada) gaan met een tweede dan naar huis.

Op zaterdagmiddag vetrekken we met twee bussen vanuit Katsuura naar Tokio. We worden ‘s middag verwacht in de Tokio Budokan om de embu voor te bereiden, die op zondag zal plaatsvinden. Het wordt een bijzondere embu want de dojo van Kondo bestaat 40 jaar en het is de 150e geboortedag van Sokaku Takeda (een belangrijke figuur in de geschiedenis van te Daito Ryu). Op de embu wordt van alle deelnemers per land of branche dojo een demonstratie verwacht. We oefenen die zaterdagmiddag het protocol en we nemen de opzet van onze demonstratie door. Vanwege de feestelijkheden is er die zaterdagavond een groot buffet in een nabijgelegen hotel. Na de nodige toespraken worden verschillende mensen door Kondo op het podium geroepen, waaronder Rob Breedveld. Kondo verkondigt dat Gorinchem Daito Ryu geen study group meer is, maar vanaf nu de officiële status van branche dojo heeft. Daarmee is Rob sensei van de enige Daito Ryu branche dojo in Europa. Een mooie bekroning op vijftien jaar hard trainen en vele reizen naar Japan! Dit heuglijke nieuws doet ons het buffet nog beter smaken.

De volgende dag is de embu. Vele demonstraties Daito Ryu door de verschillende landengroepen en branche dojo uit Japan. Maar ook een aantal Aikidodemonstraties en demonstraties shurikenjutsu. Na afloop van de demonstraties kan onze dag helemaal niet meer stuk. Bij het afsluitende protocol worden we als branche dojo Gorinchem naar voren geroepen, we krijgen als groep de eerste prijs voor de beste demonstratie uitgereikt. Niels ontvangt ook nog een bronzen medaille voor zijn persoonlijke bijdrage. Een waardige afsluiting van een enerverende week.

De tweede week verblijven we in een Ryokan in Tokio. De eerste dag zijn we vooral aan het chillen, een beetje herstellen van de trainingsweek en drinken we onze eerste espresso of cappuccino na een hele week gedwongen onthouding van koffie. Tokio is een enorme stad met ongeveer 12 miljoen inwoners (tel je de directe omgeving mee dan kom je zelfs op 30 miljoen mensen op een oppervlakte van ongeveer een derde van Nederland. Hoezo, Nederland is vol?). Het eerste dat opvalt, is dat ondanks die drukte aan mensen alles zeer gedisciplineerd gaat. Zo hoor je bijvoorbeeld nauwelijks auto’s toeteren in het drukke verkeer. Ruiken doe je die auto’s overigens ook niet, want het merendeel rijdt op gas. En de stad is ongelooflijk schoon. Geen vuil op straat, nergens graffiti. De stad beschikt over 6 miljoen frisdrankautomaten die zo ongeveer op iedere straathoek staan en ze doen het gewoon, ze zijn niet gesloopt of leeggeroofd! Zo gedisciplineerd als de mensen zijn, zo’n chaos is de ruimtelijke ordening. Woonhuizen, kantoren, fabrieken, hoogbouw en laagbouw, alles staat zonder enig merkbare planning door en op elkaar. Rob beleeft er veel plezier aan mij steeds te testen of ik nog wel de weg terug naar het hotel weet te vinden in deze chaos.

Er valt nog veel meer te vertellen over Tokio, de ontmoeting met de Japanse vriendinnen van Rob, uit eten met Kondo en zijn vrouw, het verkennen van de stad en het bezoeken van tuinen en tempels, maar dan wordt dit verslag erg lang. Ik kom in ieder geval graag nog eens terug in Japan.

Wim Schaap

« terug